ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Appellante, die haar werkzaamheden als inpakster wegens psychische klachten had gestaakt, ontving vanaf 3 juli 2002 een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 7 december 2005 in, omdat appellante volgens hen weer in staat was om met haar beperkingen passend werk te verrichten en daardoor minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep keerde appellante zich tegen deze beslissing. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV, waarbij werd vastgesteld dat haar psychische beperkingen en diabetes voldoende waren meegewogen.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante drie van de vier geduide functies kon vervullen, waardoor geen relevant verlies aan verdiencapaciteit bestond. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 31 juli 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geen relevant verlies aan verdiencapaciteit heeft.