ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken concreet belang bij bijzondere bijstand autovervoer
Appellant had bijzondere bijstand toegekend gekregen voor autovervoer naar Amsterdam en Leiden, maar zijn verzoek om aanvullende bijstand voor vervoer naar andere bestemmingen werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk omdat de periode waarop het geschil betrekking had was verstreken en appellant geen procesbelang meer had.
In hoger beroep stelde appellant dat een wijziging van het besluit over 2007 ook gevolgen zou hebben voor latere jaren, waardoor hij wel belang zou hebben. De Raad overwoog dat procesbelang alleen bestaat als het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener.
De Raad bevestigde dat appellant ten tijde van de uitspraak geen belang meer had omdat de aanvraag betrekking had op een afgesloten periode zonder aanvullende vervoerskosten. Het feit dat appellant later opnieuw aanvragen deed, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.