ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot restitutie betaalde premie slotverplichtingen Ziektewet
Appellante verzocht op 21 december 2001 om restitutie van betaalde premie slotverplichtingen Ziektewet over het jaar 1996. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de inhoud van rechterlijke uitspraken na het oorspronkelijke besluit geen nieuw feit of omstandigheid vormen. Appellante betwistte dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het verzoek om restitutie moet worden aangemerkt als een verzoek om een besluit tot premievaststelling en dat de verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 13 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) van toepassing is. Omdat het verzoek van appellante op 21 december 2001 werd ingediend, binnen de verjaringstermijn, kon het niet worden afgewezen op grond van verjaring.
Desalniettemin oordeelde de Raad dat het Uwv terecht het verzoek heeft afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot restitutie van betaalde premie slotverplichtingen Ziektewet wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.