ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor contactlens en homeopathische geneesmiddelen bevestigd
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor contactlenzen met een dioptrie van -10 en deels vergoede homeopathische geneesmiddelen. Het College wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege procedurele bezwaren omtrent de aanvraag door de vader van appellant, die niet als gemachtigde was erkend.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de vader van appellant wel als gemachtigde heeft opgetreden gezien de slechte gezondheidstoestand van appellant, waardoor de aanvraag rechtsgeldig is gedaan namens appellant. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College wegens onvoldoende motivering.
De Raad beoordeelt vervolgens inhoudelijk dat de kosten voor contactlenzen met een dioptrie van -10 niet medisch noodzakelijk zijn volgens de Regeling Hulpmiddelen 1996, die pas bij meer dan 10 dioptrieën een indicatie geeft. Ook voor homeopathische geneesmiddelen bestaat geen recht op bijstand omdat deze niet als noodzakelijk zijn erkend binnen de voorliggende voorzieningen.
Er zijn geen zeer dringende redenen aanwezig om af te wijken van deze regels. De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 26 mei 2005, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor contactlenzen en homeopathische geneesmiddelen wordt afgewezen, ondanks vernietiging van het eerdere besluit wegens procedurele fouten.