ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening van WAO-uitkering en medische grondslag
In deze zaak gaat het om de herziening van de WAO-uitkering van appellant, die in hoger beroep is gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht. De Centrale Raad van Beroep heeft op 5 augustus 2009 uitspraak gedaan. De herziening van de uitkering vond plaats na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant werd herzien van 80-100% naar 25-35%. Appellant was het niet eens met deze herziening en stelde dat de medische grondslag onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat zijn beperkingen waren onderschat.
De Raad heeft het procesverloop in detail bekeken, inclusief de ingediende stukken en rapporten van deskundigen. Tijdens de zittingen is appellant verschenen, en het Uwv werd vertegenwoordigd door verschillende advocaten. De Raad heeft ook een internist-endocrinoloog ingeschakeld om advies te geven over de gezondheidstoestand van appellant. De deskundige concludeerde dat appellant fysiek in staat was de geduide functies te verrichten, en de Raad vond geen aanleiding om aan deze conclusie te twijfelen.
De Raad oordeelde dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen, passend waren voor appellant. Echter, de Raad constateerde dat het bestreden besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel, omdat de toelichting op de geselecteerde functies pas in hoger beroep was verstrekt. Hierdoor vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant, die in totaal € 1.005,10 bedragen, inclusief reiskosten en griffierecht.