ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een heronderzoek in 2006 heeft het UWV de uitkering ingetrokken per 11 januari 2007 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en de arbeidsdeskundige onderschreef.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkingen heeft dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn vastgelegd, met name op het gebied van handelingstempo. De Raad oordeelde echter dat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die deze stelling ondersteunen. De medische en arbeidskundige grondslagen van het bestreden besluit werden als deugdelijk beoordeeld.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante gezien haar medische beperkingen en de arbeidskundige rapportages. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.