ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou bedragen. De rechtbank Groningen heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit onderschreven.
In hoger beroep betwist appellante de medische beoordeling en stelt dat zij de geduide functies niet kan uitvoeren. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank dat het besluit rust op een deugdelijke medische grondslag. Appellante heeft geen nieuwe objectieve medische gegevens ingebracht die haar stelling ondersteunen.
De Raad acht de geselecteerde functies passend bij de medische beperkingen van appellante en wijst haar grief af. Eventuele verslechteringen na de peildatum blijven buiten beschouwing. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.