ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant was sinds juli 2004 arbeidsongeschikt door rugklachten en andere klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de geschiktheid van functies onvoldoende was toegelicht, mede vanwege de linkshandigheid van appellant.
In hoger beroep betwist appellant het medische oordeel en bracht nieuwe medische informatie in, waaronder rapporten van specialisten die een intradurale laesie en arachnoïdale cyste vaststelden als oorzaak van zijn pijnklachten. Een operatie werd uitgevoerd. De Raad concludeert dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met deze medische feiten en dat de medische grondslag voor het besluit ontbreekt.
De Raad vernietigt het besluit van het UWV en de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, en beveelt het UWV om opnieuw te beslissen op het bezwaar, rekening houdend met de medische gegevens. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar.