ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als schoonmaakster
Appellante was sinds 1998 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen en verzekeringsgeneeskundig onderzoek besloot het UWV in 2005 haar uitkering in te trekken omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk en andere functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en het oordeel van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en juist werden beoordeeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door psychische klachten niet in staat was haar werk te verrichten, ondersteund door medische verklaringen.
De Raad liet een deskundige, prof. dr. E. Hoencamp, opnieuw onderzoek doen. Hij bevestigde dat appellante geschikt was voor haar eigen werk. De Raad volgde dit oordeel en oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
De Raad concludeerde dat appellante haar eigen werk als schoonmaakster kan verrichten en dat soortgelijke arbeid bij andere werkgevers beschikbaar is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk als schoonmaakster.