ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidsdeskundige grondslag
Appellant, die sinds 1994 een WAO-uitkering ontvangt wegens psychische klachten, kreeg zijn uitkering ingetrokken per 1 juni 2006 omdat het UWV meende dat hij met zijn beperkingen in staat was tot gangbare arbeid. Na bezwaar en herziening werd de uitkering hersteld op een mate van 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet tot arbeid in staat is, dat zijn beperkingen onderschat zijn en dat zijn recht op een eerlijk proces wordt geschonden omdat hij geen contra-expertise kan bekostigen.
De Raad overwoog dat de psychiatrische rapportage van Middelweerd en de daarop gebaseerde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een juiste weergave geeft van de beperkingen van appellant. De arbeidsdeskundige bevestigde dat er passende functies zijn binnen zijn belastbaarheid. De Raad verwierp het betoog over het ontbreken van een eerlijk proces en stelde dat het overleggen van medische verklaringen voldoende is om twijfel te zaaien over de beoordeling.
Gelet op deze overwegingen bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid en wijst het beroep af.