ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, voorheen tegelzetter, meldde zich ziek met griep- en schouderklachten en ontving ziekengeld. Na onderzoek door verzekeringsarts Kalbfleisch werd appellant op 7 augustus 2006 hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld ingetrokken. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door de bezwaarverzekeringsarts Hoitinga, die oordeelde dat appellant slechts geringe restklachten had die werkhervatting niet in de weg stonden.
De rechtbank bevestigde dit besluit en hechtte vooral waarde aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV geen adequate functiebeschrijving van tegelzetter had gebruikt, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd zou zijn.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts wel degelijk een duidelijk beeld had van de functie-eisen, mede dankzij een arbeidsdeskundige rapportage die stelde dat de functie weinig bovenhands werk en incidenteel tillen tot 20 kilo vereist. De geringe restklachten van appellant stonden een werkhervatting niet in de weg. Daarom berust het besluit op een deugdelijke grondslag en wordt het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld eindigt per 7 augustus 2006.