ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag ondanks vertrouwensbeginsel en dringende redenen
Appellant ontving toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) bij een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar het UWV stelde vast dat zijn gezinsinkomen ruim boven het minimumloon lag. De toeslag werd met terugwerkende kracht ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij ten onrechte toeslag ontving en dat er geen dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het UWV had geïnformeerd over de inkomsten van zijn echtgenote en dat het UWV de juistheid van zijn uitkering had bevestigd, waardoor hij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen. Ook stelde hij dat terugvordering sociale en financiële problemen veroorzaakte. Het UWV wijzigde het terugvorderingsbedrag in een nieuw besluit.
De Raad overwoog dat het UWV terecht de toeslag had herzien en teruggevorderd, dat er geen schriftelijke toezegging was die terugvordering uitsloot en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel hieraan niet in de weg stonden. Ook waren er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Wel moet het UWV rekening houden met de beslagvrije voet bij invordering. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De terugvordering van de toeslag door het UWV wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.