ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde AOW-toeslag zonder dringende redenen tot kwijtschelding
Appellant ontving vanaf juni 2005 een AOW-pensioen met toeslag die later met terugwerkende kracht werd herzien vanwege gewijzigde inkomsten van zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot het te veel betaalde bedrag terug te vorderen. Appellant maakte bezwaar met het argument dat de fout bij de Svb lag, omdat de echtgenote wel inkomsten uit arbeid had, maar de Svb dat niet had meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de herziening rechtmatig was omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het herzieningsbesluit van december 2006, waardoor dit besluit in rechte vaststaat. De rechtbank vond ook geen dringende sociale of financiële omstandigheden die terugvordering onaanvaardbaar maakten.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel bezwaar had gemaakt en dat hij in goed vertrouwen op de Svb had gehandeld. De Raad verwierp deze stellingen, stelde vast dat geen bezwaar tegen het herzieningsbesluit was ingediend en dat de bezwaarclausule duidelijk was vermeld. De Raad bevestigde dat op grond van artikel 24 AOW Pro de Svb verplicht is onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen, ook als de fout bij de Svb ligt, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. Zulke redenen waren niet gebleken.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de terugvordering van te veel betaalde AOW-toeslag rechtmatig is en wijst het beroep van appellant af.