ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren over medisch onderzoek en beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar uitkering werd verlaagd van 80% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Zij stelde onder meer dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek in de primaire fase was uitgevoerd door een arts in opleiding, wat volgens haar niet voldoende was hersteld in de bezwaarfase. Tevens voerde zij aan dat haar beperkingen, met name aan haar rechterarm en pijnklachten, onvoldoende waren erkend.
De Raad oordeelt dat het gebrek van het primaire onderzoek door een arts in opleiding in de bezwaarfase adequaat is hersteld door de bezwaarverzekeringsarts, die het dossier grondig bestudeerde en een hoorzitting bijwoonde. De medische beoordeling is voldoende onderbouwd met recente verklaringen van behandelend specialisten. De Raad acht aannemelijk dat appellante forse pijn ervaart, maar deze pijn leidt niet tot onvermogen om de geduide functies volledig te vervullen.
Verder is vastgesteld dat de stopzetting van het plaatsingstraject ruim anderhalf jaar na de datum in geschil plaatsvond en niet kan worden gebruikt om ernstiger beperkingen op het moment van de herziening aan te tonen. De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.