ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging datum toegenomen arbeidsongeschiktheid bij toekenning WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn volledige WAO-uitkering in te trekken per 11 januari 2006, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en niet verder aangevochten. Later verzocht appellant om toepassing van artikel 43a WAO vanwege toegenomen psychische beperkingen, waarvoor hij vanaf 21 augustus 2006 werd opgenomen in De Gelderse Roos. Het UWV kende per 18 september 2006 een volledige WAO-uitkering toe, maar appellant betwistte de ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende concrete gegevens had overgelegd die een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid dan de datum van opname konden aantonen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de huisarts vanwege lange wachttijden koos voor een reguliere doorverwijzing, wat niets zegt over de ernst van zijn toestand. De Raad overwoog dat de verwijzingsbrief onvoldoende bewijs vormt voor een eerdere toename en dat het besluit over de intrekking per 11 januari 2006 onherroepelijk is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het UWV terecht de datum van opname als eerste dag van toegenomen beperkingen heeft aangenomen. Er zijn geen concrete bewijsstukken die een eerdere toename aantonen. De Raad wijst tevens af om het UWV te veroordelen in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de datum van opname als eerste dag van toegenomen arbeidsongeschiktheid hanteert.