ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- A.C.A. Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet melden detentie en invorderingsbesluit Wajong
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant terecht een boete opgelegd kreeg wegens het niet melden van zijn detentie aan het UWV, en of hij erop mocht vertrouwen dat geen nieuw invorderingsbesluit zou worden genomen.
De Raad bevestigde dat appellant zijn mededelingsverplichting op grond van artikel 62 Wajong Pro heeft geschonden door niet te melden dat hij vanaf 18 januari 2005 in detentie was geplaatst. Ook al had zijn echtgenote de formaliteiten op zich genomen en was er sprake van verkeerde voorlichting door detentiecentrum, blijft appellant verantwoordelijk voor correcte en tijdige informatieverstrekking. Er waren geen dringende redenen om van boeteoplegging af te zien.
Ten aanzien van het invorderingsbesluit oordeelde de Raad dat appellant geen recht had op vertrouwen dat geen nieuwe invordering zou plaatsvinden, ondanks het tijdsverloop en eerdere gegrondverklaring van bezwaar. Het besluit van 10 januari 2007 maakte duidelijk dat een nieuwe beslissing op bezwaar mogelijk was. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boete en het invorderingsbesluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.