ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant, werkzaam als installatiemonteur, viel uit wegens rugklachten en aangezichtsverlamming en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%.
Het UWV besloot in 2006 de uitkering te herzien naar 15 tot 25%, maar herroept dit later en herstelt het percentage naar 35 tot 45%. Appellant gaat in beroep tegen dit besluit. De rechtbank benoemde een deskundige psychiater die de beperkingen van de bezwaarverzekeringsarts onderschrijft en concludeert dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn psychische en fysieke klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat hij volledig arbeidsongeschikt is. De Raad oordeelt dat er geen nieuwe medische gegevens zijn die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. Wel is de toelichting op de geselecteerde functies pas in hoger beroep voldoende toegelicht, waardoor het bestreden besluit strijdig is met het motiveringsbeginsel en vernietigd wordt, met instandhouding van de rechtsgevolgen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, met instandhouding van de rechtsgevolgen.