ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5648

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1546 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.P.M. van de Kerkhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische beperkingen en functiegeschiktheid

Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 55-65% naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen van appellant niet waren onderschat en dat hij de voorgestelde functies kon vervullen.

In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat was om duurzaam loonvormende arbeid te verrichten en dat er een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de geduide functies.

De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellant geen nieuwe medische onderbouwing had geleverd. De Raad vond de toelichting op de functie van parkeercontroleur, met name de uitleg over het trappenlopen, voldoende. Appellant kon het trappenhuis per monitor controleren en gebruik maken van de lift, waardoor zijn beperkingen niet tot overschrijding van de belastbaarheid leiden.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.

Uitspraak

08/1546 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 januari 2008, 07/1153 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2009. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad neemt als vaststaande aan de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak als vaststaande heeft aangenomen. De Raad volstaat thans met het navolgende.
1.2. Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, met ingang van 16 augustus 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
1.3. Bij besluit van 26 februari 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 20 juni 2006 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de medische beperkingen van appellant tot het verrichten van arbeid niet zijn onderschat door de (bezwaar)verzekeringsarts van het Uwv. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat appellant in staat moet worden geacht de geduide functies te vervullen.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij per 20 juni 2006 niet in staat was om duurzaam loonvormende werkzaamheden te verrichten. Voorts heeft appellant aangevoerd dat het Uwv, ter voorkoming van overbelasting, in ieder geval een urenbeperking had moeten aannemen. Tot slot zijn de geduide functies ook met het belastbaarheidsprofiel van het Uwv niet passend te achten.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellants belastbaarheid bij het nemen van het bestreden besluit niet is overschat. De Raad schaart zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak die de rechtbank ter onderbouwing van dat oordeel heeft gegeven. Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht op grond waarvan dient te worden afgeweken van het oordeel van de rechtbank. De Raad heeft mede in de overweging betrokken dat appellant zijn stelling dat het Uwv zijn belastbaarheid onjuist heeft beoordeeld in hoger beroep niet heeft onderbouwd met nadere medische stukken. In dit oordeel van de Raad ligt besloten dat het Uwv terecht geen urenbeperking heeft aangenomen.
4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen is de Raad niet gebleken dat appellant de geduide functies niet zou kunnen verrichten. Evenals de rechtbank acht de Raad de passendheid van de functies met de zich onder de gedingstukken bevindende arbeidskundige rapportages voldoende toegelicht. In verband met de passendheid van de functie van parkeercontroleur (SBC-code 342022) wijst de Raad in het bijzonder op de in de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 22 februari 2007 gegeven toelichting. Daarin is naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht waarom er ten aanzien van het aspect trappenlopen geen overschrijding van de belastbaarheid hoeft in te treden. In de functieomschrijving staat dat tijdens 8 werkuren 8 maal per uur ongeveer 24 treden trap moet worden gelopen. Appellant is weliswaar beperkt tot het 5 maal per uur trappenlopen, maar in de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige is aangegeven dat hij de keuze heeft om het trappenhuis per monitor te controleren en dat hij voorts een aantal keer de lift kan nemen en per etage kan uitstappen om de controle uit te voeren.
4.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2009.
(get.) C.P.M. van de Kerkhof.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV