ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk beperkingen ondervond, met name door het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS), en dat de voor haar geduide functies niet passend waren. Zij bracht medische stukken in ter onderbouwing.
De Raad overwoog dat appellante ten tijde van het onderzoek geen melding maakte van handklachten en dat de medische stukken geen bewijs boden dat zij toen beperkingen had door CTS. Ook waren er geen objectieve medische gegevens die een zwaardere beperking door rugklachten of psychische klachten ondersteunden.
Verder werd vastgesteld dat de belastbaarheid van de voor appellante geduide functies in overeenstemming was met de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.