ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering ondanks eerdere urenbeperking
Appellant ontving sinds 1994 een WAZ-uitkering, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering in 2006 naar 25-35% en na bezwaar in 2007 naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de belastbaarheid van appellant niet was overschat en dat een urenbeperking niet langer medisch noodzakelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onterecht geen urenbeperking meer toepaste, terwijl dit in het verleden wel gebeurde en zijn medische toestand ongewijzigd zou zijn. De Raad oordeelde dat het UWV niet gebonden is aan eerdere urenbeperkingen en dat de beoordeling per datum van 17 juli 2006 moet plaatsvinden. De medische rapportages van december 2005 en juni 2007 gaven voldoende grondslag om geen urenbeperking meer aan te nemen.
De Raad nam mee dat appellant in 2002-2003 was opgenomen voor alcoholafhankelijkheid en sindsdien verbeteringen vertoonde. De rugklachten waren stabiel en er was geen indicatie voor bedrust. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.P.M. van de Kerkhof namens de Centrale Raad van Beroep op 19 augustus 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAZ-uitkering bevestigd.