ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J. Th. Wolleswinkel
- M. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en ontslag wegens onvoldoende functioneren medewerker vergunningen
Appellant, sinds 1983 werkzaam bij de gemeente, werd beoordeeld op zijn functioneren als medewerker vergunningen. De beoordelingen over 2002 en 2003 waren onvoldoende, en ook de beoordelingen over het eerste en tweede halfjaar van 2004 werden uiteindelijk vastgesteld en bleven in stand. Appellant voerde verweer tegen deze beoordelingen en het ontslagbesluit, maar slaagde er niet in de Raad te overtuigen dat de beoordelingen op onvoldoende gronden berustten.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende verbeterkansen had gekregen, onder meer via een verbetertraject in 2004, en dat het college bevoegd was het ontslag te verlenen op grond van onbekwaamheid. De verstoorde arbeidsverhoudingen werden niet als oorzaak van het onvoldoende functioneren aangemerkt. Het beroep op artikel 19 van Pro het sociaal statuut, dat een hernieuwd aanbod bij ongeschiktheid binnen een jaar voorschrijft, werd niet aanvaard.
De rechtbank had het beroep tegen het beoordelingsbesluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De Raad bevestigde dit, maar veroordeelde het college alsnog tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep. Het hoger beroep werd in zoverre afgewezen dat de inhoudelijke beoordeling en het ontslagbesluit werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan appellant.