ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking Wajong-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellant, bekend met een angstige persoonlijkheidsstoornis en depressieve episodes, kreeg vanaf 1997 een Wajong-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2005 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het arbeidskundige deel van het besluit, maar handhaafde de medische grondslag.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat. Een door de Raad ingeschakelde onafhankelijke psychiater concludeerde dat appellant een ernstige meervoudige persoonlijkheidsstoornis heeft met bijkomende aandoeningen, waardoor geen duurzaam benutbare mogelijkheden bestaan. De Raad volgde dit oordeel en verwierp het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad oordeelde dat zowel het oorspronkelijke als het nieuwe besluit van het UWV ondeugdelijk waren en vernietigde deze. De uitkering werd hersteld met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt hersteld met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.