ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit gebaseerd is op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, onder meer door rugklachten, een beperkte linker enkel en spanningsklachten, en dat een urenbeperking noodzakelijk zou zijn.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. Appellante bracht geen objectieve medische gegevens in die haar stelling ondersteunen. De Raad vond dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom een urenbeperking niet noodzakelijk is, mede gelet op de verklaringen van de behandelend radiotherapeut en de verzekeringsarts.
Verder werd het standpunt van appellante over een mogelijke herziening van het maatmanloon verworpen vanwege gebrek aan bewijs. De Raad concludeerde dat de belastbaarheid in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) overeenkomt met de geduide functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.