ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde zich op het standpunt dat zij door psychische klachten, vermoeidheid en medicijngebruik zwaarder beperkt is dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van het UWV. Zij voerde aan niet in staat te zijn tot fulltime arbeid en dat het moeilijk is passende functies te vinden.
Het UWV had de WAO-uitkering ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit deugdelijke gronden bevatte.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat de klachten van appellante zijn meegewogen door verzekeringsartsen. Deze concludeerden dat appellante acht uur aaneengesloten kan werken en dat een urenbeperking niet noodzakelijk is. De Raad acht het standpunt van het UWV niet onjuist en wijst het hoger beroep af.
De Raad bevestigt dat de functies die voor appellante passend zijn verklaard in overeenstemming zijn met haar belastbaarheid volgens de FML. De moeilijkheid om passende functies te vinden speelt geen rol bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.