ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds 1988 arbeidsongeschikt is wegens tromboseklachten aan het rechterbeen, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in 2006 naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit in 2007 wegens onvoldoende onderbouwing, waarna het UWV een nieuw besluit nam met een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep betoogde appellante dat de aanpassing van de FML onvoldoende was en verwees naar medische rapporten van specialisten. De Raad oordeelde echter dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen adequaat had aangepast in overeenstemming met het advies van de vaatchirurg en dat aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De arbeidsdeskundige had de belastbaarheid van appellante beoordeeld aan de hand van drie functies met een zeer geringe belasting, met name op het aspect lopen tijdens het werk. De Raad concludeerde dat het UWV met het bestreden besluit correct uitvoering had gegeven aan de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAO-uitkering terecht heeft herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.