ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herkeuring arbeidsongeschiktheid wegens niet-verzekerd zijn
Appellant verzocht het UWV om een herkeuring van zijn arbeidsongeschiktheid wegens longklachten die in 2004 werden vastgesteld. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant sinds 1983 niet meer verzekerd was voor de Ziektewet, WAO of Wet WIA, mede gelet op de rechtens onaantastbare intrekking van zijn AAW/WAO-uitkering per 1 oktober 1983.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht het standpunt innam dat appellant niet verzekerd was ten tijde van zijn verzoek om herkeuring. Appellant stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die het UWV had moeten meenemen, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet relevant waren voor het bestreden besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de eerdere besluiten uit 1983 en 1995 rechtens onaantastbaar zijn en dat het verzoek van appellant in 2005 niet inhield dat het UWV moest terugkomen op die besluiten. Het bestreden besluit en het besluit van 7 augustus 2006 betreffen geen beoordeling van een verzoek tot herziening van die eerdere besluiten.
De Raad wees erop dat een apart besluit van het UWV uit 2007, waarin een verzoek van appellant om terug te komen op eerdere besluiten werd afgewezen, buiten de grenzen van dit geschil valt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herkeuring wordt afgewezen omdat appellant niet verzekerd was voor ZW, WAO of WIA ten tijde van zijn verzoek.