ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering met ingang van 25 september 2006 in te trekken, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens een gebrek aan nadere motivering, maar handhaafde de medische en arbeidskundige grondslag. In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege een urenbeperking en de noodzaak van extra recuperatietijd na een lange periode van arbeidsongeschiktheid.
De Raad volgde de rechtbank in de beoordeling van de medische en arbeidskundige gegevens en oordeelde dat de door appellante overgelegde informatie niet relevant was voor de peildatum 25 september 2006. De Raad erkende de reserve van appellante ten aanzien van werkhervatting, maar stelde dat deze geen aanleiding gaf om af te wijken van de toepasselijke WAO-bepalingen.
Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 augustus 2009.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 25 september 2006 wordt bevestigd.