ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onjuiste berekening verdiencapaciteit
Appellante, een voormalige tuinbouwmedewerkster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde een verzekeringsarts dat zij beperkingen had, waarna een arbeidsdeskundige haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% stelde. Op basis hiervan trok het UWV haar uitkering in.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. Tijdens het hoger beroep gaf de vertegenwoordiger van het UWV toe dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onjuist was ingevuld en dat het maatmanloon ten onrechte was gemaximeerd bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit hierdoor niet in stand kan blijven en vernietigde zowel het besluit als de aangevallen uitspraak. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen rekening houdend met de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.