ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35%
Appellant, voormalig onderhoudsmedewerker, viel in 1997 uit wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Na een herbeoordeling in 2006 werd de uitkering herzien naar 15 tot 25%, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst en de geschiktheid voor andere functies dan zijn eigen werk.
Appellant maakte bezwaar tegen het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geselecteerde functies, waarna een bezwaarverzekeringsarts een lichamelijk onderzoek verrichtte en de beperkingen bevestigde. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant in beroep ging.
Tijdens het beroep erkende het UWV een fout in het gehanteerde maatmanloon en nam een nieuw besluit waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%, met een vergoeding voor gemaakte kosten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat het UWV de beperkingen van appellant niet heeft onderschat. De Raad acht de geschiktheid van appellant voor de alternatieve functies voldoende aangetoond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% wordt bevestigd.