ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6105
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen stopzetting doorbetaling bezoldiging na ziekte en ontslag
Verzoeker, voormalig rechterlijk ambtenaar, was sinds 13 december 2007 arbeidsongeschikt en kreeg tot 11 december 2008 zijn volle bezoldiging doorbetaald. Daarna werd dit teruggebracht tot 70%. Na zijn ontslag per 20 april 2009 werd de doorbetaling voortgezet op grond van artikel 18 van Pro het Brra, maar met ingang van 11 juni 2009 stopgezet.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de doorbetaling te hervatten tot zes weken na beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter overwoog dat er sprake is van voldoende spoedeisend belang vanwege het wegvallen van salaris.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 18 Brra Pro: verzoeker stelde dat de 26 weken doorbetaling pas na ontslag zouden ingaan, terwijl de minister dit aansloot op de 52 weken ziekteperiode. De voorzieningenrechter oordeelde dat de wetstekst duidelijk maakt dat de 26 weken aansluit op de 52 weken ziekteperiode, niet op de ontslagdatum.
Daarom is het besluit om de doorbetaling te stoppen na 78 weken ziekte terecht en zal het in bezwaar en beroep in stand blijven. Het verzoek om schorsing van het besluit wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de stopzetting van de doorbetaling van 70% bezoldiging na 78 weken ziekte en ontslag wordt afgewezen.