ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6279

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-75 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens detentie

Appellant ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze uitkering herzien en uiteindelijk ingetrokken per 9 december 2007, omdat appellant vanaf 9 november 2007 gedetineerd was. Tevens werd een terugvordering ingesteld voor de periode van 9 december 2007 tot 1 januari 2008.

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar deze zijn door het Uwv ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken het beroep van appellant deels gegrond verklaard en deels ongegrond, waarbij het beroep tegen de intrekking en terugvordering werd afgewezen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad stelt vast dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd in hoger beroep en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn genomen vanwege de detentie van appellant en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens detentie.

Uitspraak

09/75 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2008, 08/3179 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 21 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek van de zaak ter zitting heeft, gevoegd met de gedingen tussen partijen onder de nrs. 08/4082 WAO en 09/33 WAO, plaatsgevonden op 10 juli 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. K.M. van Wijngaarden, advocaat te Rotterdam. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.
De zaken zijn vervolgens gesplitst en het onderzoek ter zitting in de twee genoemde zaken is geschorst.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.
1.2. Appellant ontvangt sinds 1992 een arbeidsongeschiktheidsuitkering, laatstelijk op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
1.3. Bij besluit van 10 oktober 2006 heeft het Uwv per 19 september 2006 de WAO-uitkering van appellant herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%. Bij besluit van 10 december 2007 zijn de bezwaren van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard.
1.4. Het Uwv heeft vervolgens de mate van arbeidsongeschiktheid per 22 februari 2007 opnieuw beoordeeld aan de hand van de bepalingen van het Schattingsbesluit, zoals deze van kracht waren tot 1 oktober 2004. Dit heeft geleid tot het besluit van 10 december 2007, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 22 februari 2007 ongewijzigd is vastgesteld op 25 tot 35%. De bezwaren van appellant zijn bij besluit van 29 mei 2008 ongegrond verklaard.
1.5. Vanaf 9 november 2007 is appellant gedetineerd. Om die reden heeft het Uwv bij besluit van 9 januari 2008 de WAO-uitkering van appellant ingetrokken per 9 december 2007. Voorts heeft het Uwv bij besluit van 1 februari 2008 de over de periode van 9 december 2007 tot 1 januari 2008 als zijnde onverschuldigd betaalde uitkering van appellant teruggevorderd tot een bedrag van € 678,24. De bezwaren van appellant tegen deze besluiten zijn bij het besluit van 30 juli 2008 ontvankelijk en vervolgens (kennelijk) ongegrond verklaard.
2.1. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 10 december 2007 bij uitspraak van 26 juni 2008 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten, met bepalingen omtrent de vergoeding van proceskosten en griffierecht. Bij uitspraak van 18 december 2008 heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 29 mei 2008 ongegrond verklaard. De hoger beroepen van appellant zijn bij de Raad bekend onder de in rubriek I van deze uitspraak aangegeven nummers.
2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 30 juli 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en heeft aangevoerd dat het intrekkings- en het terugvorderingsbesluit niet hadden mogen worden genomen, gelet op de financiële en sociale gevolgen die dit voor hem heeft.
4. De Raad stelt vast dat appellant in hoger beroep geen andere gronden heeft aangevoerd dan in zijn bezwaarschrift en in zijn beroepschrift bij de rechtbank. Het beroep van appellant tegen het besluit van 30 juli 2008 is ongegrond verklaard. De Raad kan zich geheel vinden in deze beslissing en in de overwegingen waarop deze rust en verwijst in dit verband naar de aangevallen uitspraak.
5. Het vorenoverwogene leidt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2009.
(get.) A.T. de Kwaasteniet.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
TM