ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens detentie
Appellant ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze uitkering herzien en uiteindelijk ingetrokken per 9 december 2007, omdat appellant vanaf 9 november 2007 gedetineerd was. Tevens werd een terugvordering ingesteld voor de periode van 9 december 2007 tot 1 januari 2008.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar deze zijn door het Uwv ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken het beroep van appellant deels gegrond verklaard en deels ongegrond, waarbij het beroep tegen de intrekking en terugvordering werd afgewezen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelt vast dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd in hoger beroep en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn genomen vanwege de detentie van appellant en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens detentie.