ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek per 15 november 2004 vanwege cardiale klachten en suikerziekte. Na onderzoek door verzekeringsarts Ubbink in oktober 2006 werden beperkingen vastgesteld, waarna het UWV besloot geen WIA-uitkering toe te kennen. In de bezwaarprocedure concludeerde arts Mirza dat er geen aanleiding was voor aanvullende beperkingen, behalve enkele aanpassingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, verwijzend naar de medische rapporten en concludeerde dat het UWV de beperkingen niet onderschatte. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren tegen de medische grondslag, maar beperkte het geschil zich tot de juistheid van de FML.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling, inclusief het rapport van Mirza, voldoende was en dat er geen aanwijzingen waren voor onderschatting van beperkingen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.