ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na adequaat medisch onderzoek
Appellant stelde hoger beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% in plaats van 80 tot 100%. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het medisch onderzoek adequaat en zorgvuldig was en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende was gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen, dat er geen röntgenonderzoek was verricht, dat uitzendbureaus hem niet als werkzoekende zouden inschrijven en dat zijn arbeidsongeschiktheid buiten zijn schuld was ontstaan. De Raad overwoog dat de medische gegevens uit 2000 niet relevant waren voor de situatie in 2007, dat de opsomming van ongevallen al bekend was bij de verzekeringsartsen, en dat het ontbreken van röntgenonderzoek niet afdoet aan de kwaliteit van het medisch onderzoek.
Verder benadrukte de Raad dat het gaat om de theoretische geschiktheid voor functies op de Nederlandse arbeidsmarkt, niet om de daadwerkelijke plaatsing bij een werkgever. De oorzaak van de arbeidsongeschiktheid speelt geen rol bij de herziening van de uitkering. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.