ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en opleidingsgronden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid heeft verlaagd van 65-80% naar 25-35%. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd en de door appellant aangevoerde bezwaren over opleidingseisen als tardief buiten beschouwing gelaten.
In hoger beroep betwist appellant de medische beoordeling en de geschiktheid van de geduide functies, evenals de procedurele afwijzing van zijn opleidingsgrond. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig is, mede gebaseerd op rapporten van orthopedisch chirurgen en arbeidsdeskundigen.
De Raad oordeelt dat de opleidingsgrond terecht als tardief is aangemerkt, omdat deze niet tijdig is ingebracht en het UWV niet kon worden geacht hiervan op de hoogte te zijn. Bovendien is vastgesteld dat het Duitse diploma van appellant gelijkwaardig is aan een Nederlands HBO-diploma, terwijl de functies een lager opleidingsniveau vereisen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos op 28 augustus 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.