ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was, een urenbeperking noodzakelijk was en dat het loon uit werkzaamheden in Frankrijk ten onrechte niet was meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het medische onderzoek zorgvuldig en de geselecteerde functies passend. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en stelde dat het medisch onderzoek slechts 90 seconden duurde, wat onvoldoende zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en vond geen aanwijzingen dat appellant niet in staat was de voorgehouden functies te vervullen. Ook concludeerde de Raad dat appellant nooit had aangegeven in Frankrijk te hebben gewerkt, waardoor het loon daaruit niet in de berekening kon worden betrokken. De Raad bevestigde het oordeel dat appellant op juiste gronden is beoordeeld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.