ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6559
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogscalamiteiten
Appellant, geboren in 1937 in het voormalig Nederlands-Indië, vroeg in november 2007 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting. Hij stelde dat zijn gezin uit hun huis werd gezet, zijn vader gedwongen tewerkgesteld werd en dat hij getuige was van een onthoofding door Japanners.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De Raad volgde dit standpunt na onderzoek van archieven en een getuigenverklaring van een neef. Er was geen bewijs van gewelddadige huisuitzetting en ook geen bevestiging van de onthoofding.
De Raad benadrukte dat algemene oorlogsomstandigheden en ontwrichting van het gezinsleven niet voldoende zijn voor erkenning. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij werd erkend dat appellant angstige omstandigheden heeft ervaren, maar dat erkenning gebonden is aan specifieke en extern bevestigde gebeurtenissen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van oorlogscalamiteiten.