ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6573
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken specifiek oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1941 in het voormalig Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode. De aanvraag werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij was getroffen door oorlogsgeweld zoals vereist in artikel 2 van Pro de Wet.
De Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden zoals ontwrichting van het gezinsleven, armoede en dreiging niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de wet. Ook het overlijden van haar vader in gevangenschap door Indonesische extremisten viel niet onder de toepassingsbereik van de Wet.
Het onderzoek van verweerster, inclusief raadpleging van archieven en dossiers, leverde geen bewijs op van excessief geweld bij de arrestatie van haar vader. Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven. De Raad erkende de ernstige omstandigheden die appellante heeft meegemaakt, maar benadrukte dat erkenning gebonden is aan specifieke wettelijke criteria die niet waren vervuld.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.