ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat zij per 24 april 2006 geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Zij stelde dat haar klachten niet volledig waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), mede door taalproblemen en het ontbreken van behandeling wegens geldgebrek. Tevens bracht zij medische rapporten in van een psychiater en anesthesioloog ter onderbouwing van haar klachten.
De Raad oordeelde dat er geen medische gegevens waren die een grotere of andere beperking op de datum in geding aantonen dan door het UWV was aangenomen. De rapporten konden niet de gewenste betekenis krijgen vanwege het ontbreken van eerdere onderzoeksgegevens en de niet-relevante datum. De FML werd als juist beoordeeld en de functies als medisch passend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat geen recht op WIA-uitkering bestaat wordt bevestigd.