ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6774

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2672 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank Almelo vernietigde het besluit vanwege strijd met het motiveringsbeginsel, omdat de medische en arbeidskundige motivering pas na het besluit was overgelegd.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn lichamelijke klachten onvoldoende zijn weergegeven en dat er ten onrechte geen urenbeperking is vastgesteld, mede omdat hij slechts vier uur per dag kan werken in een aangepaste functie. Het UWV heeft betwist dat er sprake is van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zijn stellingen niet met medische gegevens heeft onderbouwd en dat er geen aanleiding is om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigt dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend is en dat geen urenbeperking is geïndiceerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

08/2672 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 27 maart 2008, 07/577 en 07/287 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H. Tadema, advocaat te Deventer, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen J.L. Gerritsen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 27 september 2006 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant per 7 augustus 2006 (de datum in geding) geen recht is ontstaan op een WIA-uitkering, omdat de mate van arbeidsongeschikt per die datum minder dan 35% bedraagt.
1.2. Bij besluit van 31 januari 2007 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 27 september 2006 ongegrond verklaard.
1.3. De rechtbank Almelo heeft bij de aangevallen uitspraak - voor zover voor de beoordeling van het hoger beroep relevant - het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens heeft de rechtbank beslissingen genomen omtrent de proceskosten en het griffierecht. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het bestreden besluit op een toereikende medische en arbeidskundige motivering berust maar dat die motivering eerst na het nemen van het bestreden besluit is overgelegd, zodat het besluit genomen is in strijd met het motiveringsbeginsel.
2. Appellant heeft in hoger beroep - en daarmee herhaald wat hij in beroep heeft aangevoerd - gesteld dat zijn lichamelijke klachten niet voldoende zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat er ten onrechte geen urenbeperking is opgenomen. Appellant werkt thans 4 uur per dag in een aangepaste functie. De aan de schatting ten grondslag gelegde functies zijn even zwaar en die kan hij dus ook niet volledig verrichten. Het Uwv heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de praktijk.
3.1. De Raad overweegt als volgt.
3.2. Appellant heeft zijn grieven met name gebaseerd op de praktijksituatie en zijn stellingen niet onderbouwd met medische gegevens. De Raad heeft dan ook in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad kan zich vinden in de door de rechtbank gebezigde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Net als de rechtbank ziet de Raad geen redenen te oordelen dat een urenbeperking is geïndiceerd.
3.3. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Aldus gegeven door G. van der Wiel als voorzitter, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) T.J. van der Torn.
TM