ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank Almelo vernietigde het besluit vanwege strijd met het motiveringsbeginsel, omdat de medische en arbeidskundige motivering pas na het besluit was overgelegd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn lichamelijke klachten onvoldoende zijn weergegeven en dat er ten onrechte geen urenbeperking is vastgesteld, mede omdat hij slechts vier uur per dag kan werken in een aangepaste functie. Het UWV heeft betwist dat er sprake is van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zijn stellingen niet met medische gegevens heeft onderbouwd en dat er geen aanleiding is om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigt dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend is en dat geen urenbeperking is geïndiceerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.