ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.A. van Amerongen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere ziekengelduitkering na beëindiging dienstverband
Appellant was van december 2006 tot maart 2007 werkzaam als kwaliteitscontroleur en meldde zich ziek wegens spanningsklachten in verband met een naderend reorganisatieontslag. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een ziekengelduitkering. Een verzekeringsarts verklaarde appellant per juli 2007 weer geschikt voor zijn werk, waarna het UWV verdere uitkering weigerde.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij de medische rapporten van de primaire en bezwaarverzekeringsarts centraal stonden. De Raad concludeert dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens geen blijvende arbeidsongeschiktheid aantonen.
Het psychodiagnostisch rapport dat appellant overlegde, werd door de Raad niet als voldoende onderbouwd beschouwd. Gezien de lichte fysieke aard van het werk en de goede armfunctie, werd appellant geschikt geacht. De Raad ziet geen reden het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere ziekengelduitkering omdat appellant medisch geschikt werd geacht voor licht fysiek werk.