Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6843

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2902 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • M.A. van Amerongen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering verdere ziekengelduitkering na beëindiging dienstverband

Appellant was van december 2006 tot maart 2007 werkzaam als kwaliteitscontroleur en meldde zich ziek wegens spanningsklachten in verband met een naderend reorganisatieontslag. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een ziekengelduitkering. Een verzekeringsarts verklaarde appellant per juli 2007 weer geschikt voor zijn werk, waarna het UWV verdere uitkering weigerde.

Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij de medische rapporten van de primaire en bezwaarverzekeringsarts centraal stonden. De Raad concludeert dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens geen blijvende arbeidsongeschiktheid aantonen.

Het psychodiagnostisch rapport dat appellant overlegde, werd door de Raad niet als voldoende onderbouwd beschouwd. Gezien de lichte fysieke aard van het werk en de goede armfunctie, werd appellant geschikt geacht. De Raad ziet geen reden het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de eerdere uitspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verdere ziekengelduitkering omdat appellant medisch geschikt werd geacht voor licht fysiek werk.

Uitspraak

08/2902 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 april 2008, 07/3629
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.K. Ramdas, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juli 2009. Appellant is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant was van 15 december 2006 tot 1 maart 2007 als kwaliteitscontroleur in dienst van [naam werkgever] Appellant heeft zich op 7 december 2006 wegens spanningsklachten samenhangend met het toen op handen zijnde reorganisatie-ontslag ziek gemeld. Aansluitend aan dit ontslag is hem ziekengeld toegekend.
1.2. Appellant is op 3 juli 2007 gezien door een verzekeringsarts, die hem met ingang van 9 juli 2007 weer geschikt achtte voor zijn werk.
2. Bij besluit van 3 juli 2007 is aan appellant verdere uitkering van ziekengeld geweigerd.
3. Bij besluit van 29 augustus 2007 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 juli 2007 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts, zoals neergelegd in een rapport van 29 augustus 2007.
5. De Raad ziet in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen reden voor een ander oordeel en heeft het volgende overwogen.
5.1. De primaire verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 3 juli 2007 uiteengezet dat appellant in reactie op de beëindiging van zijn dienstverband spanningsklachten kreeg, die er toe hebben bijgedragen dat de suikerziekte ontregeld raakte en ook de psoriasis weer opleefde. Ten tijde van het onderzoek was een zodanige tijd vestreken dat appellant zich heeft kunnen instellen op zijn ontslag. Van ontregeling van de diabetes was geen sprake meer en appellant werd adequaat behandeld voor de psoriasis. Bij onderzoek van de gewrichtsklachten bleek sprake te zijn van een goede armfunctie, terwijl er geen duidelijke belemmering was van de knie- en enkelfunctie. In aanmerking genomen dat appellants werk fysiek licht was, werd hij hiervoor weer geschikt geacht.
5.2. De Raad acht het onderzoek door de primaire verzekeringsarts voldoende zorgvuldig. Ook de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts, die appellant op de hoorzitting van 21 augustus 2007 heeft gezien, geeft naar het oordeel van de Raad blijk van een zorgvuldige weging van de medische gegevens.
5.3. Het in hoger beroep overgelegde psychodiagnostisch rapport van 12 augustus 2008 vormt voor de Raad geen reden voor een ander oordeel. De Raad verwijst in dit verband naar het commentaar van 17 oktober 2008 van de bezwaarverzekeringsarts, die heeft opgemerkt dat de in dat rapport vermelde conclusie dat appellant blijvend en volledig arbeidsongeschikt is te beschouwen, onvoldoende is onderbouwd.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van
M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
2 september 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV