ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging van ziekengeld wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante meldde zich ziek na haar bevallingsverlof en ontving ziekengeld. Het UWV beëindigde dit recht per 26 maart 2007, waarna appellante bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. De Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad baseert zich op rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die meerdere onderzoeken uitvoerden. Er werd een discrepantie vastgesteld tussen de door appellante opgegeven rugklachten en haar fysieke presentatie, waarbij zij ondanks haar klachten zelfstandig huishoudelijke taken en de verzorging van haar dochter uitvoerde. Medisch onderzoek toonde weinig objectieve afwijkingen, en de belastbaarheid werd niet wezenlijk anders geacht dan voor haar zwangerschap.
De Raad concludeert dat appellante arbeidsgeschikt is voor haar functies als stadswacht en schoonmaakster. Ook aanvullende medische verklaringen van revalidatie-artsen brachten geen nieuwe inzichten. Gelet op deze bevindingen is het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld.