ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6847

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3586 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking recht op ziekengeld ondanks medische beperkingen en overgewicht

Appellante, werkzaam als schoonmaakster, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Deze uitkering werd in januari 2006 ingetrokken en sindsdien ontving zij een werkloosheidsuitkering. In september 2006 meldde zij zich ziek vanwege linkerschouder-, rug- en schildklierklachten. Het UWV besloot in januari 2007 dat zij geen recht meer had op ziekengeld, een besluit dat bij bezwaar en beroep werd bevestigd.

De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV voldoende rekening had gehouden met alle medische beperkingen van appellante, waaronder de gevolgen van haar overgewicht. Het door appellante overgelegde huisartsjournaal bracht geen nieuwe feiten aan het licht. De bezwaarverzekeringsarts had reeds in mei 2007 vastgesteld dat overgewicht aanwezig was en dit was meegenomen in de beoordeling van haar belastbaarheid.

De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 2 september 2009 door rechter Ch. van Voorst.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.

Uitspraak

08/3586 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 mei 2008, 07/1847
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.B. Teunis, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en de Raad bij brief van 16 juni 2009 nog stukken toegezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juli 2009.
Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.M.W. Beers.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante is werkzaam geweest als schoonmaakster voor 15 uur per week. Zij ontving vanaf 30 april 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met ingang van 9 januari 2006 is deze uitkering ingetrokken. Appellante ontving sindsdien een werkloosheidsuitkering. Zij heeft zich op 29 september 2006 vanuit deze situatie wegens linkerschouder- en rugklachten en klachten van de schildklier ziek gemeld.
2. Bij besluit van 17 januari 2007 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 18 januari 2007 geen recht meer had op ziekengeld.
3. Bij besluit van 28 februari 2007 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 18 januari 2007 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft met name betekenis toegekend aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts en daarbij overwogen dat deze arts rekening heeft gehouden met alle medische beperkingen van appellante, inclusief de beperkingen die het gevolg waren van haar overgewicht.
5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank een onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad ziet in hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd geen reden voor een ander oordeel. Het in hoger beroep overgelegde huisartsjournaal van 19 februari 2007 bevat geen nieuwe gegevens. De bezwaarverzekeringsarts heeft reeds in een rapport van 29 mei 2007 opgemerkt dat sprake was van overgewicht en dat rekening is gehouden met een verminderde lichamelijke belastbaarheid van appellante.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV