ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als voltijds thuishulp, viel uit wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend vanaf oktober 1997. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in, omdat appellante niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar en beroep werd het besluit getoetst aan medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige grondslag voldoende was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat onjuiste maatmanloon en schattingsbesluit waren toegepast, maar liet deze gronden later vallen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen overschatting van de belastbaarheid ten tijde van de datum in geding. Nieuwe medische informatie over neurocognitieve beperkingen leidde niet tot wijziging van de Functionele Mogelijkhedenlijst. Ook de arbeidskundige onderbouwing was voldoende.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege een zorgvuldig en voldoende medisch en arbeidskundig onderzoek.