ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Berekeningsgrondslag wachtgeld en wettelijke rente bij ambtenarensontslag
Appellant was sinds 1970 in dienst van de gemeente Echt en kreeg in 1998 eervol ontslag in verband met vrijwillige vervroegde uittreding (FPU). Na vernietiging van het FPU-ontslag werd een nieuw ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO verleend, met recht op wachtgeld. Het college stelde het na te betalen wachtgeld vast, maar weigerde wettelijke rente en vergoeding van belastingschade.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door het niet vergoeden van wettelijke rente te vernietigen en het college op te dragen een nieuw besluit te nemen. De Raad volgt de rechtbank in de berekeningsgrondslag van het wachtgeld en oordeelt dat het college terecht geen beslissing nam over belastingschade en immateriële schade, omdat deze niet binnen het geding vallen.
De Raad stelt echter dat het college wettelijke rente moet betalen tot de dag van volledige voldoening van het nabetaalde wachtgeld, en niet slechts tot 2 september 2004 zoals de rechtbank bepaalde. Dit vanwege de complexe situatie rondom het ontslag en de fiscale gevolgen. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college moet wettelijke rente betalen tot de dag van algehele voldoening van het nabetaalde wachtgeld en een nieuw besluit nemen.