ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- T.J. van der Torn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering per 30 oktober 2004, waarbij het UWV oordeelde dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond na inschakeling van een onafhankelijke deskundige, een orthopedisch chirurg, die de medische beperkingen bevestigde en de geschiktheid voor de geduide functies onderschreef.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere argumenten herhaald, waaronder dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat psychische beperkingen ten onrechte niet waren erkend. De Raad volgt de vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige wordt gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Die omstandigheden zijn in dit geval niet aangetoond.
De Raad wijst het verzoek af om een psychiater als deskundige in te schakelen, mede omdat appellante eerder een behandeling door een fysiotherapeut prefereerde boven een psychiater, wat de ernst van het depressief syndroom in twijfel trekt. De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.