ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verlenging aflosfase studiefinanciering en afwijzing verjaringsverweer
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en tegen besluiten van de IB-Groep inzake haar studieschuld en de aflosfase daarvan. De kern van het geschil betreft de vraag of de aflosfase van haar studiefinanciering is verjaard en of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aflosfase verlengd kan worden op grond van draagkrachtmetingen waarbij het inkomen van haar partner buiten beschouwing blijft.
De Raad stelt vast dat de aflosfase volgens de wettelijke regeling 180 maanden duurt en kan worden verlengd indien bij draagkrachtmeting het inkomen van de partner niet wordt meegeteld. Dit leidt in het geval van appellante tot een verlenging van de aflosfase met zes jaren. De IB-Groep heeft de besluiten van 1997 en 1998 terecht gehandhaafd omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. De verlenging voor de jaren 2000 tot en met 2003 is correct bekendgemaakt en gebaseerd op artikel 47 WSF Pro en artikel 6.15 Wsf 2000.
Appellante heeft aangevoerd dat de verlenging in strijd is met het huwelijksvermogensrecht en internationale verdragen, en dat de aflosfase niet langer dan twintig jaar mag duren. De Raad wijst deze argumenten af, onder meer omdat het hier niet gaat om verjaring in de zin van het Burgerlijk Wetboek en omdat artikel 7 EVRM Pro niet van toepassing is op deze bestuursrechtelijke regeling.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep tegen het besluit van 11 mei 2009 ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de aflosfase studiefinanciering wordt bevestigd.