ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens vertraging WGA-uitkering en immateriële schade
Appellant diende een aanvraag in voor een WGA-uitkering die aanvankelijk werd afgewezen door het UWV op 3 april 2006. Na bezwaar werd de uitkering alsnog toegekend met terugwerkende kracht vanaf 11 april 2006. Appellant verzocht vervolgens om een schadevergoeding voor gemaakte kosten en immateriële schade vanwege de lange behandelingsduur.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de wettelijke rente over het bedrag van de uitkering conform artikel 6:119 BW Pro toereikend is als vergoeding voor de vertraging. Een vergoeding op grond van artikel 6 EVRM Pro wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase is niet mogelijk indien het geschil niet aan de rechter is voorgelegd.
Daarnaast stelde de Raad vast dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geestelijk letsel heeft geleden in de zin van artikel 6:106 BW Pro. Het verwijt van onzorgvuldig handelen door het UWV werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit de omvang van het geding te buiten gaat. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de schadevergoeding en kent alleen wettelijke rente toe over de betaalde WGA-uitkering.