ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake haar WAO-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuw besluit op bezwaar waarbij appellante met ingang van 20 maart 2006 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt werd beschouwd, waarmee het beroep geheel werd ingewilligd.
Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten. De Raad stelde vast dat het hoger beroep terecht was ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van het UWV.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente conform eerdere jurisprudentie en tot vergoeding van de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, vastgesteld op €322. Declaraties van medisch adviseur en neuroloog werden niet vergoed omdat deze niet betrekking hadden op stukken die tijdens het hoger beroep waren ingediend.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.