ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-ingezetenschap in Nederland in 1965
Appellant, geboren in 1942 in Marokko, was van september 1964 tot juli 1965 ingeschreven in het Nederlandse bevolkingsregister en werkte in Nederland. Van 16 juli tot eind december 1965 verbleef hij in Zweden en werkte daar, waarna hij terugkeerde naar Nederland. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende appellant een AOW-pensioen toe van 84%, met een korting van 16% vanwege acht niet-verzekerde jaren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze korting en stelde dat hij vanaf oktober 1964 onafgebroken in Nederland woonde. De Svb en rechtbank oordeelden echter dat appellant gedurende het genoemde tijdvak niet het middelpunt van zijn maatschappelijk leven in Nederland had, omdat hij geen zelfstandige woonruimte had en in Zweden werkte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verklaart dat appellant in die periode niet als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd, waardoor de korting op het pensioen terecht is toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op het AOW-pensioen bevestigd.