ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAO-uitkering aangevraagd maar het Uwv weigerde deze toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De medische beoordeling toonde beperkingen aan zoals rugklachten en slaapproblemen, maar deze waren niet zodanig dat zwaar rugbelastend werk niet mogelijk was. De arbeidskundige rapportage concludeerde dat appellant geschikt was voor passende werkzaamheden bij zijn werkgever, wat een loonverlies van minder dan 15% betekent.
De Raad onderzocht ook de toepasselijkheid van de Wet Amber en concludeerde dat deze niet van toepassing was omdat de ziekmelding een andere oorzaak had dan eerdere beoordelingen. De juiste maatmanfunctie en het juiste maatmaninkomen werden vastgesteld, en er was geen sprake van relevant verlies aan verdiencapaciteit.
De Raad vond geen gronden om het besluit te vernietigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werden geen bijzondere omstandigheden gevonden die afweken van de standaard uitgangspunten bij arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.